De diagnose: deel 1

Posted on oktober 16, 2017 by admin

Vandaag ga ik jullie meenemen terug in de tijd. Terug naar eind januari en begin februari 2015. Ik was een vrolijke en super gemotiveerde verpleegkunde student. Ik liep stage in een ziekenhuis op de afdeling chirurgie vaat/trauma. En ik vond het echt een interessant afdeling, het is namelijk een afdeling waar je ontzettend veel diversiteit hebt. Een afdeling waar je je nooit verveelt, het is ook een afdeling waar je veel contact kunt leggen met patiënten. Ik genoot enorm van stage. Trots liep ik in mijn witte pak door het ziekenhuis en ik voelde mij er ontzettend thuis. Ook op school deed ik enorm mijn best en dat kon je terug zien aan de resultaten die ik behaalde. Het leven was eindelijk goed, ik genoot, voelde me thuis en kon van mijn passie mijn opleiding maken ondanks al mijn aandoeningen en ziekten.

Ik weet het nog goed. Ik had al dagen last van gekke klachten; blauwe plekken, duizelingen, ontzettend moe en gewoon algeheel niet fit. Steeds schoof ik de schuld op het vele stage lopen, de lange schooldagen en het vele leren voor toetsen. Maar deze dag was anders. Het was een stagedag, die nacht was ik tot twee keer aan toe enorm zwetend wakker geworden en toen ik onder de douche stond vond ik meerdere spontane blauwe plekken op mijn benen. ‘Slaap ik zo wild?’ dacht ik bij mezelf. Mijn gedachten veranderden al snel toen ik op mijn telefoon keek en zag dat het al erg laat was. Gehaast liep ik naar de trein en opeens begon de wereld te draaien en werd het zwart voor mijn ogen. Ik werd bedolven door een enorme duizeling. Mijn ogen keken snel om me heen en ik greep naar een paal die toevallig dicht in mijn buurt stond. Na ongeveer één minuut trok het weer weg. Door alle haast had ik nog niks kunnen eten, daardoor was ik vast duizelig en daarom besloot ik op het station een cappuccino met extra suiker te halen en meteen een broodje te eten in de trein.

De uren tikten voorbij. Het was een drukke dag op de afdeling en ik huppelde van patiënt naar patiënt. Omdat ik een eerstejaars leerling was, mocht ik nog niet heel veel. Het was voornamelijk de algemene dagelijkse zorg, bedden verschonen, opdrachten maken, oriënteren en veel contact leggen met de patiënten. Ik had die dag een patiënt die nogal emotioneel was, dus ik besloot even naar de patiënt toe te gaan en een gesprek te voeren. Na het gesprek liep ik de kamer uit, de patiënt riep me en zei; ‘Meisje, jij gaat echt een geweldige verpleegkundige worden, je mag zo trots zijn op jezelf’. Met tranen in mijn ogen liep ik de kamer uit, hier doe ik het voor. De dankbaarheid van de mensen, steun kunnen bieden aan mensen die vaak in een spannende en onzekere periode zitten, bang zijn en zich vaak eenzaam voelen. Een simpele ‘Hoe was uw nacht’ kan iemand zijn dag al beter maken. Dat doet me enorm veel.

Dit vak, verpleegkunde, dit is mijn passie. Het zorgen voor mensen, alles leren over het menselijk lichaam, alle aandoeningen en behandelingen. Ik voel me hier fijn, ik doe waar ik van hou. Op dat moment werd ik uit mijn dagdroom geroepen door een collega met de vraag of ik mee wou kijken hoe ze een grote wond ging verzorgen. Persoonlijk vind ik wonden erg interessant, dus ik ging uiteraard mee! Zelf vind ik het heel belangrijk om, ondanks dat ik wonden erg interessant vind, een patiënt af te leiden tijdens de wondzorg. Dit omdat ik zelf weet hoe enorm vervelend/pijnlijk dit kan zijn, dan kan een gesprekje soms al wat afleiding bieden. Het was inderdaad een grote wond, ik had nog nooit zo’n complexe wond in het echt gezien. We stonden met 4 mensen in een krappe ruimte en de bedgordijnen waren dicht. Mijn collega vroeg of ik iets wilde aangeven, met mijn linkerhand wilde ik de tape pakken en toen gebeurde het. De wereld begon weer te draaien, dit keer erger. Mijn collega had snel door dat het niet goed ging en zei dat ik snel op een krukje achter me moest gaan zitten.

Mijn gedachten gingen alle kanten op, want al deze klachten werden wel heel erg en vooral heel eng. Toen de duizeligheid wat was weggezakt liep ik naar de teamkamer om wat te eten, mijn collega dacht dat het aan mijn suikerspiegel lag. Na even gezeten te hebben knapte ik langzaam weer op. Het was 10:00, tijd om weer naar school te gaan. Onderweg naar school dacht ik aan alle klachten die ik had, en welk ziektebeeld dat zou kunnen zijn. Leukemie? ‘Nee joh, maak het nou niet erger dan dat het is’ dacht ik bij mezelf. Ik wist dat ik het ziekenhuis moest bellen, maar besloot het nog even uit te stellen. In de dagen erna ging ik hard achteruit en de klachten verergerden zich snel. Ondertussen kon ik zelfs niet meer naar stage. Met tegenzin belde ik het ziekenhuis en die zeiden dat ik meteen moest komen. Het was al laat in de middag dus ik besloot het nog een nachtje uit te stellen.

De dag erna zat ik in de trein naar het ziekenhuis, mijn gedachten gingen werkelijk waar alle kanten op. Ik dacht aan alle klachten en ik dacht aan leukemie. Geschokt door mijn eigen gedachten probeerde ik snel ergens anders aan te denken. ‘Het kon niet zoiets zijn’ dacht ik nog, ik hield het bij oververmoeidheid. Voor ik het wist stond ik voor het ziekenhuis, op dat moment was ik 8 jaar ziek. Al 8 jaar kwam ik enorm vaak in het ziekenhuis voor allerlei afspraken, onderzoeken en behandelingen. Het duurde een half uur voordat ik eindelijk de moed bij elkaar had geraapt om naar binnen te gaan. Op een of andere manier durfde ik niet. De angst werd met de seconde groter en het slechte voorgevoel werd intenser en intenser. Ik nam plaats in de wachtkamer en mijn arts kwam meteen aanlopen. ‘Melissa’ zei ze. Met lood in mijn schoenen stond ik op en gaf haar een hand. ‘Wat zijn je klachten?’ vroeg ze. Ik twijfelde, zal ik het vertellen? Wil ik deze molen ingaan? Toen kwam het besef dat ik geen keuze had, er was iets mis met mijn lichaam. Nadat ik had aangegeven wat mijn klachten waren wilde de arts meteen allerlei testjes doen. Zo wou ze mijn bloeddruk, gewicht en hartslag meten. Maar ze wilde ook een ‘looptestje’ doen, ik moest recht over een denkbeeldige lijn lopen, dit lukte me niet meer. Ik kon niet meer recht lopen. De arts keek me bezorgd aan en wilde  dat ik meteen ging bloedprikken. Nadat ik bij het laboratorium was geweest ging ik weer naar huis, ik moest dit van me afzetten. Het was niks, ik kan door met mijn leven en studie. Even uitzieken en weer aan het werk.

Ik zat in de klas en we hadden medische les. Ineens ging mijn telefoon af, ‘onbekend’ verscheen er op mijn scherm. Het kippenvel raasde over mijn lichaam. Met enorm veel angst liep ik naar de gang en nam de telefoon op; ‘Met Melissa’ ‘Dag Melissa, Met Dr.… van de nefrologie, we hebben iets in je bloed gezien en willen graag meteen opnieuw bloed prikken. Je kunt het formulier ophalen in het Niercentrum, en het andere formulier ligt al bij het lab’ ‘Oké.. Is het iets ergs? Kan het prikken morgen? Het is nu namelijk al erg laat en ik ben ontzettend moe en ziek. Voordat ik in Amsterdam ben zijn we namelijk 1,5 uur verder’ ‘We prikken je het liefst zo snel mogelijk, maar als je morgen ochtend meteen komt dan is dat goed, maar wel meteen komen dan’ ‘Dat is goed’ Het gesprek werd beëindigd en ik werd met angst achtergelaten. Tegen de mensen om me heen bleef ik vrolijk doen, maar van binnen werd ik bedolven door de zenuwen. De volgende dag ging ik vroeg richting het ziekenhuis, het was een koude, grijze dinsdag ochtend. Ik haalde het formulier op in het ziekenhuis en voor het prikken ging ik nog even koffie drinken met iemand in het restaurant van het ziekenhuis. De verpleegkundige had me twee formulieren meegegeven, terwijl ik dacht dat er één al op het lab zou zijn.

Mijn nieuwsgierigheid en ik besloten het formulier toch even te bekijken. Op het eerste formulier stonden de standaard dingen. Toen ik het tweede formulier bekeek zag ik ‘Hematologie’ staan. Hematologie staat voor bloedziekten, zoals leukemie, en dat wist ik. Twijfelend besloot ik het formulier toch verder te lezen, daarmee beging ik een grote fout. Want wat ik toen las was iets wat ik nooit had willen en moeten lezen. Op het formulier stond namelijk dat ik ‘blasten’ in mijn bloed had. Doordat ik zo gek was/ ben op de medische wereld wist ik dat blasten leukemiecellen waren. Ik had leukemie, en ik kon de diagnose zelf stellen.

Ben je benieuwd hoe het verder gaat? Dit lees je binnenkort in deel 2 van deze blog!

3 Comments

  • Til 't Hart oktober 22, 2017 at 7:39 am

    Mooi geschreven,veel sterkte,dikke knuffel.❤️

    Reply
  • Elisa oktober 22, 2017 at 7:43 pm

    Wauw . Erg mooi geschreven en erg inspirerend Hoe jij het hebt meegemaakt . Lijkt alsof je zo jou wereld in word gesleurd.
    Goed dat je het van je af kan schrijven !
    Veel sterkte in dit lange proces x

    Reply
  • Annemieke oktober 28, 2017 at 12:03 am

    Meis, wat intens dit alles. Ik las net blog 2, ben gegrepen door je verhaal. Ik weet gewoon niet wat ik kan zeggen.. Wat ben je dapper, door dit alles heen! Knuffel 💗. (ben van insta, vredemetjezelf)

    Reply

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
%d bloggers liken dit: